{"id":708,"date":"2026-09-01T06:31:17","date_gmt":"2026-09-01T06:31:17","guid":{"rendered":"https:\/\/junglelabs.uk\/"},"modified":"2026-09-01T06:35:13","modified_gmt":"2026-09-01T06:35:13","slug":"what-is-the-ripe-database","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/what-is-the-ripe-database\/","title":{"rendered":"Wat is de RIPE Database en waarom is deze belangrijk?"},"content":{"rendered":"<h2 class=\"wp-block-heading\">Wat is de RIPE-database?<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De RIPE Database is een openbare registerdatabase waarin informatie over internetnummerbronnen en gerelateerde technische objecten wordt opgeslagen. Deze wordt beheerd door de RIPE NCC, de Regional Internet Registry die Europa, het Midden-Oosten en delen van Centraal-Azi\u00eb bedient. Het doel ervan is te helpen bij het handhaven van transparantie, verantwoordingsplicht en technische co\u00f6rdinatie op het openbare internet.De database bevat records voor IPv4- en IPv6-adresruimte, ASNs, organisaties, netwerkcontacten, routeringsbeleid, routeaankondigingen, reverse-DNS-delegaties, beveiligingscontacten en andere technische informatie. Deze records zijn gerangschikt als gestructureerde objecten. Elk object heeft een type, een unieke sleutel of identifier, een reeks attributen en een of meer beheerders die bepalen wie het mag bijwerken.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een IPv4-adrestoewijzing kan bijvoorbeeld worden weergegeven door een <code>internetnummer<\/code> object. An IPv6 allocation may be represented by an <code>inet6num<\/code> object. Een ASN wordt doorgaans weergegeven door een <code>aut-num<\/code> object. Een BGP-routebeleid kan worden weergegeven door een <code>route<\/code> object for IPv4 or a <code>route6<\/code> object for IPv6. A company itself may be represented by an <code>organisatie<\/code> object, terwijl een technisch contact kan worden vertegenwoordigd door een <code>persoon<\/code> of <code>rol<\/code> object.Deze objecten zijn met elkaar verbonden. Een IP-adresblok kan verwijzen naar een organisatieobject. Het organisatieobject kan gekoppeld zijn aan administratieve en technische contactpersonen. Een routeobject kan een IP-prefix aan een ASN koppelen. Een maintainer-object kan bepalen wie toestemming heeft om de registratie te wijzigen. Deze gekoppelde structuur maakt de RIPE Database nuttig voor zowel technische operaties als resourcebeheer.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het is belangrijk om te begrijpen dat de RIPE Database een register- en co\u00f6rdinatiesysteem is, en geen eenvoudig eigendomsbewijs. Een openbaar register kan de organisatie tonen die verantwoordelijk is voor een resource of de entiteit die als eindgebruiker geregistreerd staat, maar de juridische, contractuele en beleidscontext kan complexer zijn. Bedrijven moeten niet uitsluitend vertrouwen op een databaseopzoeking bij het uitvoeren van een IPv4-overdracht met een hoge waarde, een overname, een geschillenonderzoek of een groot due-diligenceproces. In dergelijke situaties is de database een belangrijke bron van bewijs, maar moet deze samen met de actuele registerprocedures, contractuele documentatie en, waar passend, professioneel advies worden beoordeeld.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">RIPE NCC, RIPE Community en de RIPE Database<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De termen \u201cRIPE\u201d, \u201cRIPE NCC\u201d en \u201cRIPE Database\u201d worden vaak samen gebruikt, maar ze betekenen niet precies hetzelfde. RIPE verwijst naar de bredere gemeenschap van netwerkbeheerders, internetserviceproviders, technische specialisten en andere belanghebbenden die betrokken zijn bij de ontwikkeling en co\u00f6rdinatie van internetactiviteiten in de regio. RIPE NCC, of R\u00e9seaux IP Europ\u00e9ens Network Coordination Centre, is de organisatie die register- en co\u00f6rdinatiediensten levert, waaronder het beheer van de RIPE Database.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De RIPE NCC is een van de vijf Regional Internet Registries ter wereld. De andere vier zijn ARIN voor de Verenigde Staten, Canada en delen van het Caribisch gebied en de Noord-Atlantische regio; APNIC voor de regio Azi\u00eb-Pacific; LACNIC voor Latijns-Amerika en een groot deel van het Caribisch gebied; en AFRINIC voor Afrika en de regio van de Indische Oceaan. Elke RIR beheert internetnummerbronnen binnen zijn servicegebied volgens beleid dat via processen van de gemeenschap wordt ontwikkeld.De RIPE Database is daarom een essentieel operationeel hulpmiddel voor de RIPE NCC-regio. Een bedrijf dat bijvoorbeeld via een door de RIPE NCC gesponsorde LIR een ASN ontvangt, kan als onderdeel van het registratieproces informatie in de RIPE Database ingevoerd of bijgewerkt krijgen. Het bedrijf moet mogelijk later organisatierecords, technische contactpersonen, routeobjecten, RPKI-autorisaties, informatie over abusecontacten en BGP-gerelateerde gegevens bijhouden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Voor netwerkoperators ondersteunt de database dagelijkse operationele beslissingen. Een transitprovider kan route-objectgegevens gebruiken bij het opstellen van prefixfilters. Een beveiligingsanalist kan de database gebruiken om een relevante misbruikcontactpersoon te identificeren. Een bedrijf kan een ASN opzoeken voordat het een peering- of servicerelatie aangaat. Een datacenter kan adresregistratieregisters controleren tijdens een beoordeling van een IP-overdracht. Een technicus die problemen met een routeaankondiging oplost, kan het IP-prefix, de origin-ASN, het route-object, de RPKI-status en de vereisten van de upstreamprovider vergelijken.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Waarom de RIPE-database belangrijk is voor bedrijven<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De RIPE Database is belangrijk omdat internetinfrastructuur publieke verantwoordingsplicht nodig heeft. Wanneer een bedrijf een IP-prefix of ASN beheert, hebben andere netwerken een betrouwbare manier nodig om vast te stellen wie verantwoordelijk is voor die bron. Dit is vooral belangrijk wanneer er sprake is van een routeringsincident, DDoS-aanval, spamklacht, misbruikmelding, verdacht verkeerspatroon, BGP-kaping, verbindingsstoring of beveiligingsonderzoek.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een goed onderhouden record in de RIPE Database kan het gemakkelijker maken om een bedrijf te identificeren en contact met het bedrijf op te nemen. Het kan ook wrijving verminderen bij het samenwerken met upstreamtransitproviders, Internet Exchange Points, partners voor cloudconnectiviteit, aanbieders van DDoS-beperking en andere netwerkoperators. Als de records van een organisatie onvolledig, onjuist of verouderd zijn, kan de organisatie vertraging oplopen bij het aankondigen van prefixes, het valideren van BGP-routering, het aantonen van controle over resources, het bijwerken van contactgegevens of het reageren op een incident.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De database is ook belangrijk voor reputatiebeheer. Openbare IP-adressen kunnen een reputatie opbouwen op basis van hun historisch gebruik. Een hostingprovider, VPN-exploitant, e-mailplatform, cloudbedrijf of proxydienst kan moeten aantonen dat deze een legitieme organisatorische structuur, een werkend abusecontact, duidelijke technische contactpersonen en goed bijgehouden routeringsgegevens heeft. Hoewel een vermelding in de RIPE Database geen goede reputatie garandeert, kan deze bijdragen aan een transparantere en professionelere netwerkpresentatie.Voor organisaties die BGP gebruiken, zijn nauwkeurige routeobjecten en RPKI-records bijzonder waardevol. Veel upstreamproviders gebruiken informatie uit het routeringsregister om prefixfilters aan te maken. Als een netwerk een prefix aankondigt maar niet over een passend routeobject of een passende routeautorisatie beschikt, kan de provider de route weigeren. Dit kan leiden tot storingen, vertraagde onboarding of onvolledige wereldwijde bereikbaarheid.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De RIPE Database ondersteunt ook interne governance. Een bedrijf kan meerdere mensen hebben die betrokken zijn bij netwerkbeheer, compliance, juridisch beheer, facturering, abuseafhandeling en infrastructuuronderhoud. Duidelijke objectrelaties en maintainerbeheer kunnen het bedrijf helpen bepalen wie welke records mag bijwerken. Dit verkleint het risico dat voormalige werknemers, externe consultants of onbevoegde partijen controle behouden over kritieke records van internetbronnen.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Belangrijke RIPE Database-objecttypen<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De RIPE Database bevat veel verschillende objecttypen. Sommige worden voornamelijk gebruikt door registrybeheerders, terwijl andere regelmatig worden gebruikt door netwerkengineers en beheerders van IP-resources. De belangrijkste objecten voor een typisch bedrijf dat openbare IP-adresruimte en een ASN gebruikt, zijn het organisatieobject, het IP-adresobject, het ASN-object, het contactobject, het maintainer-object en het route-object.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">An <code>organisatie<\/code> Het object vertegenwoordigt een rechtspersoon, een resourcehouder, een eindgebruiker of een andere erkende organisatie die betrokken is bij de registratie van internetnummerbronnen. Het kan de naam en het type van de organisatie, adresreferenties, contactreferenties en informatie over de maintainer bevatten. Dit object helpt IP-adresbereiken en ASNs te koppelen aan een verantwoordelijke organisatie.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">An <code>internetnummer<\/code> object vertegenwoordigt een IPv4-adresbereik. Het kan het bereik zelf bevatten, een beschrijvende naam, een verwijzing naar een organisatie, administratieve en technische contactpersonen, statusinformatie, verwijzingen naar misbruikcontactpersonen en beheerderscontroles. Een <code>inet6num<\/code> object performs a similar function for IPv6 address space. These records are critical because they identify the network operator or organization associated with an address block.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">An <code>aut-num<\/code> object vertegenwoordigt een autonoom systeemnummer. Het kan het ASN, de organisatie die ervoor verantwoordelijk is, informatie over routeringsbeleid, verwijzingen naar import- en exportbeleid, technische contactpersonen en informatie over de maintainer bevatten. Een bedrijf dat BGP gebruikt, moet ervoor zorgen dat de aan het ASN gerelateerde gegevens accuraat zijn, omdat dit object deel uitmaakt van de openbare context rond de routeringsidentiteit van het netwerk.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">A <code>persoon<\/code> object identificeert een individueel contact, terwijl een <code>rol<\/code> object identificeert een functioneel contact zoals \u201cNetwerkoperationscentrum\u201d, \u201cMisbruikafdeling\u201d, \u201cTechnische ondersteuning\u201d of \u201cIP-resourcebeheer\u201d. In veel gevallen zijn rolobjecten praktischer dan persoonlijke contacten, omdat ze geldig blijven, zelfs wanneer werknemers veranderen. Een goed beheerd bedrijf gebruikt vaak functionele roladressen voor netwerkactiviteiten en de afhandeling van misbruik, in plaats van volledig te vertrouwen op de persoonlijke gegevens van \u00e9\u00e9n werknemer.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">A <code>beheerder<\/code> object, kort voor maintainer-object, is een van de belangrijkste beveiligingsmaatregelen in de RIPE-database. Het specificeert de authenticatie- en autorisatievereisten voor het wijzigen van gerelateerde objecten. Als een maintainer niet correct is geconfigureerd, kan het bedrijf de mogelijkheid verliezen om zijn databasegegevens bij te werken of zichzelf blootstellen aan ongeautoriseerde wijzigingspogingen. Inloggegevens van maintainers, wachtwoorden, API-inloggegevens en autorisatieprocedures moeten zorgvuldig worden beheerd en mogen nooit worden blootgesteld in openbare broncode, scripts aan de browserzijde of onbeveiligde documentatie.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">A <code>route<\/code> object documents the relationship between an IPv4 prefix and an origin ASN. A <code>route6<\/code> object biedt het equivalente record voor een IPv6-prefix. Een route-object kan bijvoorbeeld vermelden dat <code>203.0.113.0\/24<\/code> is bedoeld om te worden aangekondigd door <code>AS64500<\/code>. Deze objecten worden vaak gebruikt door providers en peers bij het opstellen van routefilters. Een routeobject is niet hetzelfde als een live BGP-aankondiging, maar het is een belangrijke verklaring van de routeringsintentie.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">De RIPE-database doorzoeken<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De RIPE Database kan worden doorzocht via de webinterface, querytools in WHOIS-stijl en de REST API. De gekozen methode hangt af van het doel van de gebruiker. Een bedrijfsmanager geeft mogelijk de voorkeur aan de webinterface omdat deze gemakkelijk te lezen is. Een netwerkengineer kan opdrachtregelquery's of de REST API gebruiken voor automatisering. Een beveiligingsteam kan een combinatie gebruiken van databasezoekopdrachten, RPKI-validatietools, BGP-monitoringplatforms en interne systemen voor incidentrespons.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een eenvoudige IP-opzoeking kan de registratiegegevens tonen die zijn gekoppeld aan een openbaar IPv4- of IPv6-adresbereik. Als een gebruiker naar een IP-adres zoekt, kan de database een adresbereikobject retourneren met het toegekende of toegewezen bereik, de netwerknaam, de landcode, de organisatiereferentie, technische contactpersonen, verwijzingen naar abusecontacten en informatie over de beheerder. Afhankelijk van het object en de toepasselijke privacyregels kunnen sommige contactgegevens worden weggelaten of beperkt.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een ASN-lookup kan de <code>aut-num<\/code> object dat aan een netwerk is gekoppeld. Dit kan de ASN zelf omvatten, een beschrijving, relevante verwijzingen naar organisaties, technische contactpersonen, informatie over routeringsbeleid en gegevens over de maintainer. Een ASN-record kan nuttig zijn bij het onderzoeken van de routeringsidentiteit van een netwerk of bij de voorbereiding op een BGP-relatie.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een route lookup kan helpen bepalen of een prefix gedocumenteerd staat als zijnde aangekondigd door een bepaalde ASN. Dit is nuttig wanneer een upstreamprovider om een routeobject vraagt voordat een BGP-aankondiging wordt geaccepteerd. Het kan engineers ook helpen diagnosticeren waarom een prefix wordt gefilterd, afgewezen of als onverwacht wordt behandeld.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Gebruikers moeten zich echter bewust zijn van de beperkingen van de gegevens. Een routeobject bewijst niet dat de route momenteel zichtbaar is op het wereldwijde internet. Het bewijst niet dat elke provider de route accepteert. Het vervangt ook geen RPKI-validatie. Om inzicht te krijgen in de zichtbaarheid van live routing, moet de gebruiker mogelijk BGP-monitoringsystemen, routecollectors, looking glasses van providers, RPKI-validators of platforms voor routing intelligence raadplegen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Evenzo kan een IP-adresrecord een geregistreerde organisatie tonen, maar het onthult niet noodzakelijkerwijs elk bedrijf dat gebruikmaakt van diensten achter dat adres. Hostingproviders, cloudplatforms, VPN-diensten en resellers kunnen infrastructuur exploiteren voor veel klanten die gebruikmaken van een gedeeld of gedelegeerd blok.<\/p>\n\n\n\n<section id=\"ripe-rest-api-tutorial\" class=\"ripe-api-tutorial\" aria-labelledby=\"ripe-rest-api-title\">\n  <header class=\"ripe-api-tutorial__hero\">\n    <span class=\"ripe-api-tutorial__eyebrow\">TECHNISCHE HANDLEIDING<\/span>\n    <h2 id=\"ripe-rest-api-title\">De RIPE Database REST API gebruiken<\/h2>\n    <p>Leer het REST-URI-formaat, objectsleutels, veilige alleen-lezenopzoekingen, geauthenticeerde updates, validatie met dry-run, responsformaten en operationele beveiligingen.<\/p>\n  <\/header>\n\n  <div class=\"ripe-api-tutorial__content\">\n    <p class=\"ripe-api-tutorial__lead\">De RIPE Database REST API biedt programmatische toegang tot RIPE Database-objecten via HTTPS. Deze is nuttig voor assetinventarissen, netwerkbeheertools, interne portalen, monitoringworkflows en gecontroleerd resourcebeheer. Elk RIPE Database-object heeft een unieke locator-URI, zodat een applicatie een specifiek object kan ophalen of beheren wanneer deze de databasebron, het objecttype en de primaire sleutel kent.<\/p>\n\n    <h3><span class=\"step-badge\">1<\/span> Begrijp het REST-URI-formaat<\/h3>\n    <p>De standaardindeling voor object-URI's is <code>https:\/\/rest.db.ripe.net\/source\/objecttype\/key<\/code>. De <strong>bron<\/strong> identificeert de databasebron, zoals <code>RIPE<\/code> voor productiegegevens of <code>TEST<\/code> bij gebruik van de testomgeving. De <strong>objecttype<\/strong> identificeert het RIPE Database-object, zoals <code>internetnummer<\/code>, <code>inet6num<\/code>, <code>aut-num<\/code>, <code>persoon<\/code>, <code>rol<\/code>, <code>beheerder<\/code>, <code>route<\/code>, of <code>route6<\/code>. De <strong>sleutel<\/strong> is de primaire identificatie van het object.<\/p>\n\n    <div class=\"ripe-api-tutorial__uri-card\">\n      <span>URI-patroon<\/span>\n      <code>https:\/\/rest.db.ripe.net\/source\/objecttype\/key<\/code>\n    <\/div>\n\n    <p>De meeste objecttypen gebruiken \u00e9\u00e9n primaire-sleutelwaarde. Persoons- en rolobjecten gebruiken de <code>nic-hdl<\/code> waarde als hun sleutel. Route- en route6-objecten gebruiken een gecombineerde sleutel: de routeprefix direct gevolgd door de origin-ASN. Bijvoorbeeld, een routeobject voor prefix <code>193.0.22.0\/23<\/code> afkomstig van <code>AS3333<\/code> gebruikt de gecombineerde sleutel <code>193.0.22.0\/23AS3333<\/code>. Gebruik URL-codering waar vereist wanneer een sleutel tekens bevat zoals schuine strepen, spaties of andere gereserveerde URL-tekens.<\/p>\n\n    <div class=\"ripe-api-tutorial__environment\">\n      <div>\n        <strong>Productieomgeving<\/strong>\n        <code>https:\/\/rest.db.ripe.net<\/code>\n        <p>Gebruik dit eindpunt voor live RIPE Database-objecten en geautoriseerde productie-updates.<\/p>\n      <\/div>\n      <div>\n        <strong>Testomgeving<\/strong>\n        <code>https:\/\/rest-test.db.ripe.net<\/code>\n        <p>Gebruik dit eindpunt om verzoeken te oefenen en integratielogica te valideren zonder productiedata te wijzigen.<\/p>\n      <\/div>\n    <\/div>\n\n    <h3><span class=\"step-badge\">2<\/span> Begin met een alleen-lezen objectzoekopdracht<\/h3>\n    <p>Alleen-lezen ophalen is het veiligste startpunt voor een integratie. Met het volgende commando wordt de openbare <code>aut-num<\/code> object voor de voorbeeld-ASN <code>AS3333<\/code> en vraagt de API om JSON te retourneren. Vervang de voorbeeld-ASN uitsluitend door een echte openbare ASN die u mag opvragen. Dit commando maakt geen databaseobject aan, wijzigt geen databaseobject en verwijdert geen databaseobject.<\/p>\n\n    <pre><code>curl -H \"Accept: application\/json\" \\\n  \"https:\/\/rest.db.ripe.net\/ripe\/aut-num\/AS3333.json\"<\/code><\/pre>\n\n    <p>Je kunt XML aanvragen door te gebruiken <code>Accepteren: application\/xml<\/code> of door een te gebruiken <code>.xml<\/code> extensie. JSON kan worden aangevraagd met <code>Accepteer: application\/json<\/code> of een <code>.json<\/code> extensie. Als het antwoordformaat niet is gespecificeerd, gebruikt de API standaard XML. Applicaties moeten expliciet hun voorkeursformaat aanvragen, zodat het parseergedrag voorspelbaar blijft.<\/p>\n\n    <h3><span class=\"step-badge\">3<\/span> Zoek naar gegevens wanneer u de exacte objectsleutel niet kent<\/h3>\n    <p>Een zoekopdracht is nuttig wanneer u een ASN, een IP-adres, een prefix, een organisatie-ID of een andere zoekwaarde hebt, maar de exacte object-URI nog niet kent. In het onderstaande voorbeeld wordt in de RIPE-bron gezocht naar records die betrekking hebben op AS3333. De <code>flags=niet-gerefereerd<\/code> parameter vraagt om een gestroomlijnd antwoord dat geen verwezen objecten bevat.<\/p>\n\n    <pre><code>curl --get \"https:\/\/rest.db.ripe.net\/search.json\" \\\n  --data-urlencode \"query-string=AS3333\" \\\n  --data-urlencode \"source=ripe\" \\\n  --data-urlencode \"flags=no-referenced\".<\/code><\/pre>\n\n    <p>Voor een routing lookup beperkt u de respons op objecttype. In het volgende voorbeeld wordt gezocht naar IPv4 <code>route<\/code> objecten die aan het documentatieprefix zijn gekoppeld <code>203.0.113.0\/24<\/code>. Een routeobject documenteert de beoogde routeringsinformatie; het moet samen met live BGP-zichtbaarheid en de RPKI-status worden beoordeeld voordat een routeringsbeslissing wordt genomen.<\/p>\n\n    <pre><code>curl --get \"https:\/\/rest.db.ripe.net\/search.json\" \\\n  --data-urlencode \"query-string=203.0.113.0\/24\" \\\n  --data-urlencode \"type-filter=route\" \\\n  --data-urlencode \"source=ripe\"<\/code><\/pre>\n\n    <h3><span class=\"step-badge\">4<\/span> Gebruik POST, PUT en DELETE alleen met de juiste autorisatie<\/h3>\n    <p>De REST API ondersteunt <strong>BERICHT<\/strong> om een object te maken, <strong>ZETten<\/strong> om een bestaand object bij te werken, en <strong>VERWIJDEREN<\/strong> om een object te verwijderen. Voor deze bewerkingen zijn HTTPS, de juiste autorisatie en een geldige request body of doelobject vereist. De request body voor het aanmaken of bijwerken van een object is een WhoisResource-weergave van het object. Geef voor POST-, PUT- en DELETE-verzoeken de juiste <code>Content-Type<\/code> en <code>Accepteren<\/code> headers. Ondersteunde objectrepresentaties omvatten <code>application\/json<\/code> en <code>application\/xml<\/code>.<\/p>\n\n    <div class=\"ripe-api-tutorial__method-grid\">\n      <article>\n        <span>BERICHT<\/span>\n        <h4>Een object maken<\/h4>\n        <p>Gebruik <code>POST \/{source}\/{objecttype}<\/code> om een nieuw object te maken. Een succesvol verzoek retourneert het nieuw aangemaakte, ongefilterde object.<\/p>\n      <\/article>\n      <article>\n        <span>ZETten<\/span>\n        <h4>Een object bijwerken<\/h4>\n        <p>Gebruik <code>PUT \/{source}\/{objecttype}\/{key}<\/code> om een nieuwe versie van een bestaand object in te dienen.<\/p>\n      <\/article>\n      <article>\n        <span>VERWIJDEREN<\/span>\n        <h4>Een object verwijderen<\/h4>\n        <p>Gebruik <code>VERWIJDER \/{source}\/{objecttype}\/{key}<\/code> alleen wanneer het object niet langer nodig is en verwijdering is toegestaan.<\/p>\n      <\/article>\n    <\/div>\n\n    <p>Plaats geen API-sleutel, Basic Authentication-waarde, certificaat, wachtwoord of maintainer-referentie in WordPress-HTML, front-end-JavaScript, een openbare Git-repository, een screenshot of een e-mail. Geauthenticeerde verzoeken horen thuis in een beveiligde server-side service, een gecontroleerde automatiseringsrunner of een professionele omgeving voor geheimbeheer.<\/p>\n\n    <h3><span class=\"step-badge\">5<\/span> Valideer wijzigingen eerst met dry-run<\/h3>\n    <p>Gebruik de <code>dry-run=true<\/code> queryparameter om een voorgesteld POST-, PUT- of DELETE-verzoek te valideren zonder de update uit te voeren. Dit is de aanbevolen manier om de structuur van het verzoek, de inhoud van het object en het autorisatiegedrag te testen voordat er een wijziging in productie wordt aangebracht. Het onderstaande voorbeeld is bewust gericht op het testendpoint en gebruikt tijdelijke aanduidingswaarden. Het mag alleen worden aangepast door een bevoegde beheerder die werkt met een geldig testobject en beveiligde inloggegevens.<\/p>\n\n    <pre><code>curl -X PUT \\\n  -H \"Content-Type: application\/json\" \\\n  -H \"Accept: application\/json\" \\\n  --data @object.json \\\n  \"https:\/\/rest-test.db.ripe.net\/test\/person\/EXAMPLE-TEST?dry-run=true\"<\/code><\/pre>\n\n    <p>De optionele <code>ongeformatteerd<\/code> parameter kan worden gebruikt wanneer een applicatie de in het verzoek aangeleverde opmaak moet behouden, inclusief spaties en regeleinden. Voor verwijderingsverzoeken is de optionele <code>reden<\/code> parameter kan worden meegegeven om te documenteren waarom het object wordt verwijderd. Een dry run valideert het verzoek, maar maakt het doelobject niet aan, werkt het niet bij en verwijdert het niet.<\/p>\n\n    <h3><span class=\"step-badge\">6<\/span> HTTP-statuscodes en API-responses interpreteren<\/h3>\n    <p>Clienttoepassingen moeten HTTP-statuscodes gebruiken om het resultaat van een bewerking te bepalen en moeten de antwoordtekst lezen wanneer er een fout optreedt. De antwoordtekst wordt geretourneerd in de gevraagde JSON- of XML-indeling. Een succesvol antwoord op een update bevat het object zoals het na de bewerking in de database verschijnt, wat nuttig is wanneer een toepassing onmiddellijk bevestiging van het opgeslagen resultaat nodig heeft.<\/p>\n\n    <div class=\"ripe-api-tutorial__status-grid\">\n      <div><strong>200<\/strong><span>Geslaagd verzoek of geslaagde update.<\/span><\/div>\n      <div><strong>400<\/strong><span>Ongeldig verzoek, zoals een ongeldig objecttype of een ongeldige sleutel.<\/span><\/div>\n      <div><strong>401<\/strong><span>Authenticatie mislukt of de vereiste inloggegevens zijn niet verstrekt.<\/span><\/div>\n      <div><strong>403 \/ 429<\/strong><span>Aanvraag afgewezen of een querylimiet overschreden.<\/span><\/div>\n      <div><strong>404<\/strong><span>Het aangevraagde object of zoekresultaat is niet gevonden.<\/span><\/div>\n      <div><strong>409<\/strong><span>Er is een integriteitsbeperking geschonden, zoals het aanmaken van een bestaand object.<\/span><\/div>\n      <div><strong>415<\/strong><span>Het Accept- of Content-Type-mediatype ontbreekt of wordt niet ondersteund.<\/span><\/div>\n      <div><strong>500<\/strong><span>De service heeft een onverwachte interne toestand ondervonden.<\/span><\/div>\n    <\/div>\n\n    <h3><span class=\"step-badge\">7<\/span> Plan voor codering en updatevertraging<\/h3>\n    <p>REST API-antwoorden worden geretourneerd in UTF-8. RIPE Database-objecten worden opgeslagen met de Latin-1-tekenset, dus verzoekinhoud moet UTF-8 gebruiken en tegelijkertijd binnen geldige Latin-1-tekens blijven. Als een niet-ondersteund teken moet worden geconverteerd, kan de service dit vervangen door een vraagteken en een waarschuwing retourneren. Voer na een schrijfbewerking een vervolgaanvraag uit of vertrouw op de succesvolle mutatiereactie om te bevestigen wat is opgeslagen.<\/p>\n\n    <p>Database-updates zijn mogelijk niet onmiddellijk zichtbaar in opzoek- en zoekbewerkingen. De gedocumenteerde maximale vertraging kan oplopen tot tien seconden. Niet-hi\u00ebrarchische objecten, zoals person-, role- en organisatieobjecten, zijn vaak sneller zichtbaar. Het kan bij hi\u00ebrarchische objecttypen, waaronder inetnum-, inet6num-, route-, route6- en domeinobjecten, enkele seconden duren voordat ze in latere zoekopdrachten verschijnen. Automatisering in productie moet daarom retrylogica bevatten en mag een onmiddellijk niet-gevonden resultaat bij het opzoeken niet beschouwen als bewijs dat een geslaagde update is mislukt.<\/p>\n\n    <aside class=\"ripe-api-tutorial__checklist\" aria-label=\"Checklist voor REST API-implementatie\">\n      <span>Voordat je automatiseert<\/span>\n      <p>Gebruik HTTPS, vraag expliciet om JSON of XML, houd inloggegevens aan de serverzijde, begin met alleen-lezenquery's, test mutaties met <code>dry-run=true<\/code>, controleer HTTP-statuscodes, houd rekening met updatevertraging en verifieer routeringsrecords aan de hand van zowel live BGP- als RPKI-gegevens.<\/p>\n    <\/aside>\n  <\/div>\n<\/section>\n\n<style>\n  #ripe-rest-api-tutorial.ripe-api-tutorial {\n    --rapi-navy: #062946;\n    --rapi-blue: #126ccc;\n    --rapi-sky: #eaf5ff;\n    --rapi-line: #d6e4f0;\n    --rapi-text: #30475c;\n    --rapi-muted: #62788d;\n    box-sizing: border-box;\n    max-width: 980px;\n    margin: 42px auto;\n    overflow: hidden;\n    border: 1px solid var(--rapi-line);\n    border-radius: 18px;\n    background: #ffffff;\n    box-shadow: 0 16px 42px rgba(22, 55, 87, .11);\n    color: var(--rapi-text);\n    font-family: -apple-system, BlinkMacSystemFont, \"Segoe UI\", Roboto, Arial, sans-serif;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial *, #ripe-rest-api-tutorial *::before, #ripe-rest-api-tutorial *::after { box-sizing: border-box; }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__hero {\n    position: relative;\n    overflow: hidden;\n    padding: 44px;\n    background: linear-gradient(125deg, #05213d 0%, #0b4b85 57%, #1479d7 130%);\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__hero::after {\n    position: absolute;\n    top: -106px;\n    right: -51px;\n    width: 290px;\n    height: 290px;\n    border: 1px solid rgba(219, 243, 255, .29);\n    border-radius: 50%;\n    box-shadow: 0 0 0 27px rgba(219, 243, 255, .07), 0 0 0 57px rgba(219, 243, 255, .045);\n    content: \"\";\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__eyebrow {\n    position: relative;\n    z-index: 1;\n    display: block;\n    margin: 0 0 11px;\n    color: #a9dcff !important;\n    font-size: 11px !important;\n    font-weight: 800 !important;\n    letter-spacing: .14em;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__hero h2 {\n    position: relative;\n    z-index: 1;\n    max-width: 760px;\n    margin: 0 0 12px !important;\n    padding: 0 !important;\n    border: 0 !important;\n    background: transparent !important;\n    color: #ffffff !important;\n    -webkit-text-fill-color: #ffffff !important;\n    font-size: clamp(24px, 3.5vw, 34px) !important;\n    font-weight: 800 !important;\n    line-height: 1.25 !important;\n    text-decoration: none !important;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__hero p {\n    position: relative;\n    z-index: 1;\n    max-width: 760px;\n    margin: 0 !important;\n    color: #e5f3ff !important;\n    -webkit-text-fill-color: #e5f3ff !important;\n    font-size: 15px !important;\n    font-weight: 400 !important;\n    line-height: 1.6 !important;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__content { padding: 36px 44px 44px; }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__lead {\n    margin: 0 0 32px !important;\n    font-size: 16px !important;\n    font-weight: 400 !important;\n    line-height: 1.76 !important;\n  }\n  \n  \/* \u4f18\u5316\u6807\u9898\u6392\u7248\uff1a\u6e05\u9664\u4e3b\u9898\u81ea\u5e26\u7684\u8fb9\u6846\/\u4f2a\u5143\u7d20\uff0c\u5e76\u5f00\u542f\u5c45\u4e2d\u5bf9\u9f50 *\/\n  #ripe-rest-api-tutorial h3 {\n    display: flex !important;\n    align-items: center !important;\n    gap: 12px !important;\n    margin: 40px 0 16px !important;\n    padding: 0 0 12px !important;\n    border-top: 0 !important;\n    border-right: 0 !important;\n    border-left: 0 !important; \/* \u6e05\u9664\u5de6\u4fa7\u9ed1\u8272\u575a\u6761 *\/\n    border-bottom: 1px solid var(--rapi-line) !important;\n    color: var(--rapi-navy) !important;\n    font-size: 19px !important;\n    font-weight: 700 !important;\n    line-height: 1.4 !important;\n  }\n\n  \/* \u5f7b\u5e95\u6d88\u9664\u53ef\u80fd\u6765\u81ea\u7236\u7ea7\u4e3b\u9898\u7684 ::before \/ ::after \u88c5\u9970\u6761 *\/\n  #ripe-rest-api-tutorial h3::before,\n  #ripe-rest-api-tutorial h3::after {\n    display: none !important;\n    content: none !important;\n  }\n\n  #ripe-rest-api-tutorial h3:first-of-type { margin-top: 0 !important; }\n  \n  \/* \u72ec\u7acb\u7684\u6b65\u9aa4\u6570\u5b57\u5fbd\u7ae0\uff1a\u4e25\u683c\u4fdd\u6301\u5782\u76f4\u6c34\u5e73\u5c45\u4e2d *\/\n  #ripe-rest-api-tutorial .step-badge {\n    display: inline-flex !important;\n    align-items: center !important;\n    justify-content: center !important;\n    flex-shrink: 0 !important;\n    width: 26px !important;\n    height: 26px !important;\n    border-radius: 50% !important;\n    background: var(--rapi-sky) !important;\n    border: 1px solid #bdddfa !important;\n    color: var(--rapi-blue) !important;\n    font-family: ui-monospace, SFMono-Regular, Consolas, monospace !important;\n    font-size: 13px !important;\n    font-weight: 800 !important;\n    line-height: 1 !important;\n    text-align: center !important;\n  }\n\n  #ripe-rest-api-tutorial h4 {\n    margin: 0 0 7px !important;\n    padding: 0 !important;\n    color: var(--rapi-navy) !important;\n    font-size: 15px !important;\n    font-weight: 700 !important;\n    line-height: 1.4 !important;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial p {\n    margin: 0 0 16px !important;\n    color: var(--rapi-text) !important;\n    font-size: 15px !important;\n    font-weight: 400 !important;\n    line-height: 1.7 !important;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial strong { color: inherit !important; font-weight: 600; }\n  #ripe-rest-api-tutorial code {\n    padding: 2px 6px;\n    border-radius: 4px;\n    background: #edf5fb;\n    color: #0e5c97 !important;\n    font-family: ui-monospace, SFMono-Regular, Consolas, monospace !important;\n    font-size: .9em !important;\n    overflow-wrap: anywhere;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__uri-card {\n    display: flex;\n    gap: 14px;\n    align-items: center;\n    margin: 20px 0;\n    padding: 14px 18px;\n    border: 1px solid #bdddfa;\n    border-radius: 8px;\n    background: var(--rapi-sky);\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__uri-card span {\n    flex: 0 0 auto;\n    color: var(--rapi-blue) !important;\n    font-size: 11px !important;\n    font-weight: 800 !important;\n    letter-spacing: .07em;\n    text-transform: uppercase;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__uri-card code { background: transparent; color: var(--rapi-navy) !important; font-size: 14px !important; }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__environment {\n    display: grid;\n    grid-template-columns: repeat(2, minmax(0, 1fr));\n    gap: 14px;\n    margin: 22px 0 6px;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__environment > div {\n    padding: 16px;\n    border: 1px solid var(--rapi-line);\n    border-radius: 8px;\n    background: #fbfdff;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__environment strong { display: block; margin-bottom: 6px; color: var(--rapi-navy) !important; font-size: 14px !important; }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__environment code { display: inline-block; margin-bottom: 8px; }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__environment p { margin: 0 !important; color: var(--rapi-muted) !important; font-size: 14px !important; line-height: 1.55 !important; }\n  #ripe-rest-api-tutorial pre {\n    margin: 18px 0 20px !important;\n    padding: 16px 18px !important;\n    overflow-x: auto;\n    border: 0 !important;\n    border-radius: 8px;\n    background: #061e36 !important;\n    color: #dff2ff !important;\n    font-size: 13px !important;\n    line-height: 1.65 !important;\n    white-space: pre !important;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial pre code { padding: 0 !important; border-radius: 0 !important; background: transparent !important; color: #dff2ff !important; font-size: inherit !important; overflow-wrap: normal; }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__method-grid {\n    display: grid;\n    grid-template-columns: repeat(3, minmax(0, 1fr));\n    gap: 12px;\n    margin: 20px 0;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__method-grid article {\n    padding: 16px;\n    border: 1px solid var(--rapi-line);\n    border-radius: 8px;\n    background: #fbfdff;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__method-grid article > span {\n    display: inline-block;\n    margin-bottom: 8px;\n    padding: 3px 6px;\n    border-radius: 4px;\n    background: #e3f2ff;\n    color: var(--rapi-blue) !important;\n    font-family: ui-monospace, SFMono-Regular, Consolas, monospace;\n    font-size: 11px !important;\n    font-weight: 800 !important;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__method-grid p { margin: 0 !important; color: var(--rapi-muted) !important; font-size: 14px !important; line-height: 1.55 !important; }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__status-grid {\n    display: grid;\n    grid-template-columns: repeat(2, minmax(0, 1fr));\n    gap: 10px;\n    margin-top: 20px;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__status-grid > div {\n    display: flex;\n    gap: 12px;\n    align-items: flex-start;\n    padding: 12px 14px;\n    border: 1px solid var(--rapi-line);\n    border-radius: 8px;\n    background: #ffffff;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__status-grid strong {\n    min-width: 46px;\n    color: var(--rapi-blue) !important;\n    font-family: ui-monospace, SFMono-Regular, Consolas, monospace;\n    font-size: 13px !important;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__status-grid span { color: var(--rapi-muted) !important; font-size: 14px !important; line-height: 1.5; }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__checklist {\n    margin-top: 28px;\n    padding: 18px 20px;\n    border-left: 4px solid var(--rapi-blue);\n    border-radius: 0 8px 8px 0;\n    background: #f2f8fd;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__checklist > span {\n    display: block;\n    margin-bottom: 6px;\n    color: var(--rapi-blue) !important;\n    font-size: 11px !important;\n    font-weight: 800 !important;\n    letter-spacing: .08em;\n    text-transform: uppercase;\n  }\n  #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__checklist p { margin: 0 !important; color: #3d566c !important; font-size: 14px !important; }\n\n  @media (max-width: 680px) {\n    #ripe-rest-api-tutorial.ripe-api-tutorial { margin: 20px auto; border-radius: 12px; }\n    #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__hero { padding: 28px 20px; }\n    #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__content { padding: 24px 18px; }\n    #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__environment, \n    #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__method-grid, \n    #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__status-grid { \n      grid-template-columns: 1fr; \n    }\n    #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__uri-card { display: block; }\n    #ripe-rest-api-tutorial .ripe-api-tutorial__uri-card span { display: block; margin-bottom: 6px; }\n    #ripe-rest-api-tutorial h3 { \n      align-items: flex-start !important;\n      margin-top: 28px !important; \n      font-size: 17px !important; \n    }\n    #ripe-rest-api-tutorial .step-badge {\n      margin-top: 2px !important;\n    }\n  }\n<\/style>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Hoe RIPE Database-routeobjecten BGP-filtering ondersteunen<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">BGP is het routeringsprotocol waarmee Autonome Systemen bereikbaarheidsinformatie via het internet kunnen uitwisselen. Wanneer een bedrijf een IPv4- of IPv6-prefix aankondigt, moet zijn upstreamprovider beslissen of die route wordt geaccepteerd. Om het risico op routelekken, prefixkaping, onbedoelde aankondigingen en beleidsovertredingen te beperken, gebruiken veel providers routeringsfilters.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een routeobject is een van de invoergegevens die dit filterproces kunnen ondersteunen. Het object geeft aan dat een bepaald prefix door een bepaalde ASN moet worden georigineerd. Als een bedrijf actief is <code>AS64500<\/code> en kondigt aan <code>203.0.113.0\/24<\/code>, een routeobject kan die relatie documenteren. Een provider kan het routeobject gebruiken bij het opbouwen van een prefixfilter dat de ASN toestaat alleen dat verwachte prefix aan te kondigen.Dit betekent niet dat elke provider hetzelfde filterbeleid hanteert. Sommige providers gebruiken IRR-routeobjecten op grote schaal. Andere vertrouwen zwaarder op RPKI. Veel providers gebruiken een combinatie van RPKI, IRR-gegevens, interne beleidsregels, klantcontracten, prefixlimieten en handmatige beoordeling. Daarom moet een bedrijf er niet van uitgaan dat het aanmaken van een routeobject automatisch overal routeringsacceptatie garandeert.De beste operationele aanpak is om v\u00f3\u00f3r de aankondiging af te stemmen met de upstreamprovider. Het bedrijf moet bevestigen welke prefixes zullen worden aangekondigd, welke ASN ze zal origineren, of de provider IRR-routeobjecten vereist, of RPKI-ROA's vereist zijn, welke maximale prefixlengte is toegestaan en of de provider een proces voor routeregistratie of tickets heeft.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een veelgemaakte fout is om BGP eerst te configureren en de routegegevens pas later af te handelen. Dit kan tot vertragingen leiden, omdat de provider de aankondiging mogelijk afwijst totdat de registratiegegevens compleet zijn. Een beter proces is om het routeobject voor te bereiden, de ROA aan te maken of te valideren, de ASN- en organisatieregistraties te verifi\u00ebren, vervolgens de BGP-sessie te configureren en gecontroleerde tests uit te voeren.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">RIPE Database en RPKI: vergelijkbaar maar verschillend<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De RIPE Database en RPKI houden verband met routeringsbeveiliging, maar ze vervullen verschillende functies. De RIPE Database bevat openbaar bijgehouden registratie- en routeringsbeleidsinformatie. RPKI, oftewel Resource Public Key Infrastructure, is een cryptografisch raamwerk dat wordt gebruikt om Route Origin Authorizations te cre\u00ebren.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een routeobject kan aangeven dat een specifiek IP-prefix afkomstig hoort te zijn van een specifieke ASN. Een ROA autoriseert cryptografisch een ASN om een specifiek prefix te origineren en kan ook de maximale prefixlengte defini\u00ebren die mag worden aangekondigd. Netwerken die RPKI-route-originvalidatie uitvoeren, kunnen ROA's gebruiken om ontvangen routes te classificeren als geldig, ongeldig of niet gevonden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een organisatie kan bijvoorbeeld een IPv6-prefix bezitten en een ASN gebruiken. Ze kan een route6-object aanmaken in de RIPE-database om de beoogde oorsprong-ASN te documenteren. Ze kan ook een ROA aanmaken die dat ASN machtigt om het prefix aan te kondigen. Het route6-object kan helpen bij filtering op basis van IRR, terwijl de ROA cryptografische validatie van de routeoorsprong ondersteunt.De twee moeten consistent worden onderhouden. Als het routeobject naar het ene ASN verwijst, maar de ROA een ander ASN machtigt, kunnen upstreamproviders en netwerkbeheerders tegenstrijdige signalen zien. Als de ROA een onjuiste maximale prefixlengte heeft, kunnen legitieme meer specifieke aankondigingen als ongeldig worden gemarkeerd. Als een routeobject verouderd is, kan een provider die filters op basis van IRR gebruikt een anders legitieme aankondiging weigeren.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Organisaties moeten hun routeobjecten en ROA's controleren telkens wanneer ze hun ASN-regelingen wijzigen, overstappen naar andere sponsorerende LIR's, IPv4-resources overdragen, hun bedrijf herstructureren, een nieuwe upstreamprovider toevoegen of hun beleid voor prefixaankondigingen aanpassen. Routeringsgegevens moeten worden behandeld als levende operationele gegevens, niet als eenmalige configuratietaken.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">De RIPE Database REST API gebruiken<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Met de RIPE Database REST API kunnen softwaresystemen RIPE Database-objecten via programmatische verzoeken ophalen en, indien daarvoor de juiste autorisatie is verleend, beheren. De API kan nuttig zijn voor organisaties die veel netwerken exploiteren, grote IP-resourceportefeuilles beheren, monitoringsystemen uitvoeren, klantportalen bouwen of registergegevens in interne workflows moeten integreren.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een eenvoudige REST API-workflow kan beginnen met een zoekverzoek. Het systeem stuurt een query voor een ASN, IP-adres, prefix, organisatie-ID, netwerknaam of andere bekende waarde. De database retourneert gestructureerde gegevens, doorgaans in JSON- of XML-formaat. De applicatie kan het resultaat vervolgens parseren en relevante kenmerken aan een operator tonen of het resultaat vergelijken met interne gegevens.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een cloudprovider kan bijvoorbeeld alleen-lezen-API-query's gebruiken om te controleren of een door de klant opgegeven ASN bestaat en of de openbare routeringsgegevens overeenkomen met de onboardinginformatie. Een netwerkbeveiligingssysteem kan API-query's gebruiken om een geregistreerd abusecontact voor een adresbereik te identificeren. Een platform voor IP-resourcebeheer kan zijn interne inventaris vergelijken met openbare registratieregisters om verouderde contactgegevens of ontbrekende routeobjecten te identificeren.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De API moet op verantwoorde wijze worden gebruikt. Geautomatiseerde systemen moeten een buitensporig aantal query's vermijden, fouten op gepaste wijze afhandelen en \u00e9\u00e9n enkel resultaat uit de database niet beschouwen als volledig bewijs van eigendom, autorisatie of de status van live routering. Een robuuste workflow kan resultaten van de RIPE Database API combineren met RPKI-validatie, BGP-monitoringgegevens, interne contracten, klantverificatie en handmatige beoordeling.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Voor alleen-lezenverzoeken kan een opdrachtregelprogramma zoals cURL voldoende zijn. Een ontwikkelaar kan een GET-verzoek naar het zoekendpoint sturen, een zoekwaarde defini\u00ebren, een bronfilter toepassen en een JSON-reactie opvragen. De reactie kan vervolgens worden geparseerd in Python, PHP, JavaScript, Go, Java of elke andere programmeertaal die JSON kan lezen.Wanneer met objectupdates wordt gewerkt, is het risico groter. Wijzigingen aan routeobjecten, contactpersonen, organisatierecords of beheerders kunnen gevolgen hebben voor productie-routering, incidentrespons en bedrijfscontinu\u00efteit. Schrijfbewerkingen vereisen passende autorisatie via de relevante beheerder of het registerproces. Inloggegevens moeten veilig aan de serverzijde of in een goedgekeurd systeem voor geheimbeheer worden opgeslagen. Ze mogen nooit worden opgenomen in HTML van websites, front-end-JavaScript, openbare repositories, lokale browseropslag, schermafbeeldingen, e-mailsjablonen of onversleutelde configuratiebestanden.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een bedrijf moet ook procedures voor wijzigingsbeheer vastleggen. Voordat een routeobject of ASN-gerelateerd record wordt bijgewerkt, moet de verantwoordelijke engineer het beoogde prefix, de origin-ASN, de RPKI-status, de vereisten van de upstreamprovider, het autorisatietraject en de mogelijke impact van de wijziging controleren. Voor grotere organisaties kan een beoordeling door een tweede persoon helpen om onbedoelde fouten in het routebeleid te voorkomen.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Datakwaliteit van de RIPE Database en veelgemaakte fouten<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Datakwaliteit is een van de belangrijkste kwesties in de RIPE Database. Een bedrijf kan legitieme IP-resources en een actieve ASN hebben, maar als de bijbehorende objecten verouderd, inconsistent of slecht onderhouden zijn, kan het bedrijf nog steeds technische en operationele problemen ondervinden.Een veelgemaakte fout is het gebruik van persoonlijke gegevens van werknemers als het enige technische of administratieve contact. Werknemers veranderen van functie, verlaten bedrijven, wijzigen hun e-mailadres of zijn tijdens incidenten niet beschikbaar. Een functioneel rolobject, zoals een Network Operations Center- of Abuse Desk-contact, is vaak duurzamer. Het bedrijf kan de personen achter de rol wijzigen zonder dat elk gekoppeld resource-object moet worden aangepast.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een andere veelvoorkomende fout is het niet bijwerken van organisatie-informatie na een wijziging van de wettelijke naam, overname, fusie of bedrijfsreorganisatie. Als de juridische entiteit die aan een ASN of IP-blok is gekoppeld verandert, moeten de registergegevens mogelijk worden gecontroleerd. Het bedrijf moet afstemmen met zijn sponsorerende LIR of registryserviceprovider in plaats van ervan uit te gaan dat een interne juridische wijziging automatisch wordt weerspiegeld in openbare internetregisters.Sommige organisaties maken ook routeobjecten aan, maar onderhouden deze niet. Ze kunnen een nieuwe upstreamprovider toevoegen, een ASN wijzigen, een prefix overdragen of hun BGP-ontwerp aanpassen zonder de routeringsgegevens bij te werken. Dit kan een mismatch veroorzaken tussen het beoogde routebeleid en de informatie in openbare databases.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een gerelateerd probleem is dat IRR-routeobjecten en RPKI ROA's als onderling uitwisselbaar worden behandeld. Dat zijn ze niet. Beide kunnen nuttig zijn, en elk ervan kan vereist zijn door verschillende providers of validatiesystemen. Een modern routeringsbeveiligingsproces zou beide moeten beoordelen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Tot slot moeten organisaties de toegang van beheerders zorgvuldig beschermen. De beheerdersrechten die aan een object zijn gekoppeld, kunnen bepalen wie het kan bijwerken. Het verlies van toegang tot een beheerder kan toekomstige updates bemoeilijken. Het onveilig delen van beheerdersreferenties kan een onaanvaardbaar beveiligingsrisico cre\u00ebren. Bedrijven moeten het eigenaarschap documenteren, referenties veilig opslaan en een duidelijk intern proces voor toegangsherstel en geautoriseerde wijzigingen onderhouden.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">RIPE-database, IPv4-overdrachten en due diligence van resources<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De RIPE Database is vooral relevant tijdens een IPv4-overdracht. Voordat een koper IPv4-adresruimte verwerft, moet deze de openbare gegevens bekijken die aan het prefix zijn gekoppeld. Dit kan het huidige adresobject, de organisatieverwijzing, de netwerknaam, de resourcestatus, technische contactpersonen, het abusecontact, routeobjecten en maintainergegevens omvatten.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het doel is niet louter te bevestigen dat het prefix bestaat. De koper moet nagaan of de registratiegegevens consistent lijken, of het adresblok bestaande routeobjecten bevat, of het historische gebruik ervan reputatieproblemen kan veroorzaken en of het overdrachtstraject correct via het relevante registerproces kan worden afgehandeld.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een koper kan bijvoorbeeld ontdekken dat een IPv4-blok actieve route-objecten heeft die gekoppeld zijn aan een ASN dat na de overdracht niet langer zal worden gebruikt. De koper moet mogelijk de verwijdering of vervanging van die records co\u00f6rdineren, nieuwe route-objecten voor zijn eigen ASN aanmaken en RPKI ROA's bijwerken voordat hij het prefix vanuit zijn netwerk aankondigt.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De koper moet ook rekening houden met de reputatie op het gebied van e-mail en beveiliging. Een openbaar IP-bereik kan zijn gebruikt voor hosting, e-mailbezorging, proxydiensten, VPN-diensten of andere workloads. Als het blok in verband is gebracht met misbruik, spam, malware of verdacht verkeer, moet de nieuwe beheerder mogelijk tijd besteden aan het herstellen van de reputatie na de overdracht. De RIPE Database biedt geen volledige reputatiegeschiedenis, maar kan helpen bij het identificeren van eerdere beheerders en relevante aanknopingspunten voor verder onderzoek. Een professioneel IPv4-overdrachtsproces moet daarom due diligence bij het register, juridische verificatie, technische planning, voorbereiding op routeringsbeveiliging, contractbeoordeling en validatie na de overdracht omvatten. De RIPE Database vormt een waardevolle basis voor dit proces, maar moet naast andere informatiebronnen worden gebruikt.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Hoe bedrijven hun RIPE-databaserecords moeten bijhouden<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een bedrijf moet het onderhoud van de RIPE Database beschouwen als een voortdurende operationele verantwoordelijkheid. De meest effectieve aanpak is het toewijzen van duidelijk intern eigenaarschap. E\u00e9n team of aangewezen rol moet verantwoordelijk zijn voor het monitoren van wijzigingen in bedrijfsgegevens, IP-resources, ASN's, contactpersonen, routeobjecten en RPKI-records.Het bedrijf moet periodiek zijn openbare gegevens controleren. Het moet bevestigen dat organisatienamen actueel zijn, technische contactpersonen bereikbaar zijn, abusecontacten worden gemonitord, maintainercontroles toegankelijk zijn, routeobjecten overeenkomen met daadwerkelijke BGP-aankondigingen en RPKI ROA's consistent zijn met het routeringsbeleid.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een beoordeling is vooral belangrijk v\u00f3\u00f3r grote netwerkwijzigingen. Als het bedrijf een tweede transitprovider toevoegt, naar een nieuw datacenter verhuist, zijn BGP-architectuur wijzigt, een nieuw IPv4-blok aanschaft, IPv6-resources ontvangt, van sponsorerende LIR verandert of zijn juridische entiteit herstructureert, moeten registergegevens worden beoordeeld als onderdeel van het projectplan.Bedrijven die niet over interne expertise op het gebied van internetresources beschikken, kunnen samenwerken met een sponsorerende LIR, netwerkconsultant, managedserviceprovider of ervaren BGP-engineer. Het doel is niet simpelweg een registratieformulier in te vullen. Het doel is ervoor te zorgen dat juridische gegevens, technische gegevens, routeringsbeleid, beveiligingsmaatregelen en operationele processen op elkaar aansluiten.<\/p>\n\n\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">De RIPE Database maakt deel uit van je internetinfrastructuur<\/h2>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De RIPE Database is veel meer dan een openbare opzoekdienst. Het is een centraal register voor IP-adressen, IPv6-prefixes, ASN's, routeringsrecords, organisaties, contactpersonen en beheerders in het RIPE NCC-verzorgingsgebied. Voor bedrijven die openbare internetinfrastructuur exploiteren, kunnen de gegevens ervan invloed hebben op de acceptatie van routes, incidentrespons, naleving van regelgeving, het beheer van IP-bronnen en de reputatie van het netwerk.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een goed onderhouden aanwezigheid in de RIPE-database ondersteunt transparantie en technisch vertrouwen. Het helpt upstreamproviders te begrijpen welke prefixes een netwerk naar verwachting zal aankondigen. Het helpt beveiligingsteams relevante contactpersonen te identificeren. Het helpt bedrijven resources te valideren v\u00f3\u00f3r een IPv4-overdracht. Het helpt netwerkoperators consistente ASN-, route-object- en RPKI-informatie te onderhouden.Bedrijven moeten de database zorgvuldig gebruiken en de beperkingen ervan in gedachten houden. Een databaseobject is geen garantie voor actuele BGP-zichtbaarheid, juridisch eigendom of de kwaliteit van de reputatie. Het is \u00e9\u00e9n belangrijk onderdeel van een breder proces voor het beheer van internetinfrastructuur. Het sterkste operationele model combineert nauwkeurige RIPE-databaseobjecten met een correcte BGP-configuratie, geldige RPKI-ROA's, veilige maintainer-toegang, actuele organisatiedocumentatie, betrouwbare afhandeling van misbruik en voortdurende monitoring.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Voor elk bedrijf dat een RIPE NCC ASN, IPv4-resources, IPv6-prefixes of BGP-routing gebruikt, moet het bijhouden van nauwkeurige RIPE Database-gegevens worden beschouwd als een kerntaak op het gebied van netwerkbeheer.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>What Is the RIPE Database? The RIPE Database is a public registry database that stores information about internet number resources and related technical objects. It is operated by the RIPE NCC, the Regional Internet Registry serving Europe, the Middle East, and parts of Central Asia. Its purpose is to help maintain transparency, accountability, and technical [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":712,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_seopress_titles_title":"What Is the RIPE Database? Complete Guide to IP, ASN, BGP and REST API Records","_seopress_titles_desc":"Learn what the RIPE Database is, how it stores IP address, ASN, BGP, route and contact records, how to search it, and how to use the RIPE Database REST API.","_seopress_robots_index":"","_seopress_robots_follow":"","_seopress_robots_imageindex":"","_seopress_robots_snippet":"","_seopress_robots_primary_cat":"","_seopress_robots_breadcrumbs":"","_seopress_robots_freeze_modified_date":"","_seopress_robots_custom_modified_date":"","_seopress_robots_canonical":"","_seopress_social_fb_title":"","_seopress_social_fb_desc":"","_seopress_social_fb_img":"","_seopress_social_fb_img_attachment_id":0,"_seopress_social_fb_img_width":0,"_seopress_social_fb_img_height":0,"_seopress_social_twitter_title":"","_seopress_social_twitter_desc":"","_seopress_social_twitter_img":"","_seopress_social_twitter_img_attachment_id":0,"_seopress_social_twitter_img_width":0,"_seopress_social_twitter_img_height":0,"_seopress_redirections_value":"","_seopress_redirections_enabled":"","_seopress_redirections_enabled_regex":"","_seopress_redirections_logged_status":"","_seopress_redirections_param":"","_seopress_redirections_type":0,"_seopress_analysis_target_kw":"","footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-708","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-article"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/708","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=708"}],"version-history":[{"count":6,"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/708\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":715,"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/708\/revisions\/715"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media\/712"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=708"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=708"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/junglelabs.uk\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=708"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}